home tlec » examen home » het examen » eindtermen
sitemap
TLEC
CURSUS
EXAMEN
INSCHRIJVEN
DOWNLOADS

Het examen | de eindtermen voor het examen


Eindtermen voor alle modules examens vakbekwaamheid beroepsvervoer in pdf vorm

Bedrijfsmanagement ondernemersdiplomabedrijfsmanagment

Met de module Bedrijfsmanagement leert u niet alleen alles over de wettelijke kant van het oprichten van een onderneming, maar ook over het opstellen van een ondernemingsplan en uw onderscheidend vermogen ten opzichte van concurrenten. Wat zijn belangrijke zaken in de bedrijfsvoering, hoe kunt u succesvol zijn, waarom moet een verlader of transporteur specifiek voor u kiezen? In deze module krijgt u een antwoord op deze vragen. U kunt deze module klassikaal volgen of kiezen voor de schriftelijke opleiding. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud Marketing - Oprichten van een onderneming - Vestigingseisen - Ondernemingsplan - Aansprakelijkheid - Zekerheids- en pandrecht - Faillissementsrecht - Verzekeringen - Criminaliteit - Vervoersovereenkomsten.

De module ondernemersdiploma Bedrijfsmanagement wordt afgesloten met een examen (30 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB) als onderdeel van het CCV. Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens worden georganiseerd via een computerexamen op een SEB-CCV computer toetslocatie (diverse locaties in Nederland, kijk op toetscentra.nl). De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99. Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

bedrijfsmanagement Bedrijfsmanagement

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: geen naslagwerken
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

 

Eindtermen bedrijfsmanagement versie 8

1. Stichten van een onderneming

1.1 De kandidaat kan uitleggen welke soorten ondernemingsvormen er zijn.

  • Vormen met rechtspersoonlijkheid.
  • Vormen zonder rechtspersoonlijkheid.

1.2 De kandidaat kan de oprichtingseisen van een ondernemingsvorm uitleggen en analyseren. Tevens kan de kandidaat de onderlinge verschillen verklaren. •

  • Inschrijving. •
  • Aansprakelijkheid. •
  • Kapitaalbegrippen. •
  • Aandelen. •
  • Winst(uitkering). •
  • Bestuursorganen. •
  • Belasting.

2. Verzekeringen

2.1 De kandidaat kan omschrijven welke verzekeringen nodig zijn voor de onderneming. •

  • Brand. •
  • Opstal. •
  • Inboedel. •
  • Bedrijfsschade. •
  • Wegam. •
  • WA voor motorvoertuigen. •
  • Goederentransportverzekering. •
  • Vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering.

2.2 De kandidaat kan omschrijven welke verzekeringen nodig zijn voor de ondernemer zelf. •

  • Overlijdens-risicoverzekering. •
  • Gemengde verzekering. •
  • Lijfrente. •
  • Compagnonverzekering. •
  • Kapitaal/risico verzekering. •
  • Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

3. Recht- en wetkennis

3.1 De kandidaat kan belangrijke begrippen bij oprichting toepassen. •

  • Eigendom.
  • Bezit. •
  • Houderschap. •
  • Partners. •
  • Minderjarigen. •
  • Handelsonbekwaam.

3.2 De kandidaat kan het zekerheidsrecht toepassen. •

  • Overeenkomst. •
  • Separatisme. •
  • Parate executie. •
  • Verbod van toe-eigening.

3.3 De kandidaat kan het hypotheekrecht toepassen. •

  • Notariële akte. •
  • Onroerende zaken. •
  • Openbaar register.

3.4 De kandidaat kan het pandrecht toepassen. •

  • Vuistpand. •
  • Stil of bezitloos pandrecht. •
  • Akte. •
  • Registratie.

3.5 De kandidaat kan het recht van retentie toepassen. •

  • Het BW. •
  • De AVC.

3.6 De kandidaat kan leasing, renting en factoring omschrijven en de daaruit voortvloeiende lasten en verplichtingen verklaren.

3.7 De kandidaat kan bijzondere wetgevingen toepassen. •

  • Merkenwet. •
  • Mededingingswet. •
  • Misleidende reclame. •
  • Buma/Stemra. •
  • Sena. •
  • Stichting reprorecht. •
  • Wet persoonsbescherming. •
  • Verklaring omtrent gedrag.

3.8 De kandidaat kan het faillissementsrecht uitleggen. •

  • Surseance van betaling. •
  • Faillissement. •
  • Rechten van de schuldeisers. •
  • Soorten schuldeisers. •
  • Positie belastingdienst en UWV. •
  • Bewindvoerder/curator. •
  • Einde van het faillissement. •
  • Schuldsanering.

3.9 De kandidaat kan zowel acquisitiefraude als advertentiefraude waarnemen.

4. Criminaliteitspreventie en beveiliging

4.1 De kandidaat kan beveiligingsmogelijkheden toepassen. •

  • Objectbeveiliging. •
  • Informatiebeveiliging. •
  • Interne beveiliging. •
  • Transportbeveiliging. •
  • Werknemersbeveiliging. •
  • Klantenbeveiliging.

5. Belastingen

5.1 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de belastingsoort omzetbelasting, de kandidaat kan aan de hand van een situatieschets de omzetbelasting berekenen en weet hoe deze moet worden afgedragen. •

  • BTW. •
  • Tarieven. •
  • Factuur/kasstelsel. •
  • Voorbelasting. •
  • KOR (Kleine Ondernemersregeling). •
  • Levering en diensten. •
  • Plaats van de prestatie. •
  • BTW en buitenland.

5.2 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de belastingsoort loonbelasting en kan omschrijven hoe en bij wie de loonbelasting moet worden afgedragen. •

  • Voorheffing. •
  • Inhoudingsplichtige. •
  • Werknemer/werkgever. •
  • Loon Digra. •
  • Aanmerkelijk belang. •
  • (On)belaste vergoedingen.

5.3 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de belastingsoort inkomstenbelasting en kan uitleggen hoe het stelsel van de inkomstenbelasting werkt. •

  • Boxen. •
  • Heffingskortingen. •
  • Winst. •
  • Andere inkomsten. •
  • Ondernemersaftrek. •
  • Eigen woning. •
  • Meewerkende partner. •
  • (Aftrekbare) kosten. •
  • Privé-gebruik auto.

5.4 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de autogerelateerde belastingen en tolgelden. •

  • BPM. •
  • MRB. •
  • BZM.

5.5 De kandidaat kent de algemene begrippen inzake de belastingheffing en kan de verplichtingen ten dienste van de belastingheffing benoemen. •

  • Belastingsoorten. •
  • Indeling direct/indirect. •
  • Aanslag/aangiftebelastingen. •
  • Bezwaar en beroep. •
  • Informatieverplichting. •
  • Administratieplicht. •
  • Navordering/naheffing. •
  • Termijnen.

6. Marketing 6.1 De kandidaat kan de marketingmix (marketinginstrumenten) toepassen. •

  • Product. •
  • Prijs. •
  • Plaats. •
  • Promotie. •
  • Personeel.

6.2 De kandidaat kan de vormen van marktonderzoek toepassen. •

  • Intern. •
  • Extern. •
  • Sterkte/Zwakte
  • Kansen/Bedreiging. •
  • Marktsegmentatie.

6.3 De kandidaat kan uitleggen welke keuzes voor groei gemaakt kunnen worden. •

  • Marktpenetratie. •
  • Marktontwikkeling. •
  • Productontwikkeling. •
  • Diversificatie.

6.4 De kandidaat kan een marketingplan opzetten. •

  • Ondernemingsplan. •
  • Lange termijn beslissingen. •
  • Korte termijn beslissingen.

Personeelsmanagement ondernemersdiploma

bedrijfsmanagmentHet algemene deel van de module Personeelsmanagement is bestemd voor zowel transport-, taxi- als busondernemers in spé, maar de behandeling van de CAO’s wordt per branche opgesplitst. U wordt wegwijs gemaakt in de belangrijkste wet- en regelgeving en leert waaraan u moet denken bij het aannemen en werken met personeel. De opleiding is bedoeld voor personen die een bedrijf willen starten of leiding willen geven aan een bedrijf in het goederen- of personenvervoer. Of voor diegenen die meer willen weten van personeelsmanagement. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van wet- en regelgeving en de in-, door- en uitstroom van personeel. U kunt deze module klassikaal volgen of kiezen voor de schriftelijke opleiding. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud
Algemene sociale wetgeving - Documenten - Personeelsplanning - Hulpverlenende en controlerende instanties - CAO.

De module Personeelsmanagement wordt afgesloten met een examen (30 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens zijn via de computer op een SEB computerlocaties.  Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99. Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

personeelsmanagement Personeelsmanagement

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie (transportondernemer): de naslagwerken “Arbeid-, rij- en rusttijden Wegvervoer editie 2008/2009” en de “CAO Goederenvervoer” mag tijdens het examen gebruiken
Extra informatie (busondernemer): de naslagwerken “Arbeid-, rij- en rusttijden Wegvervoer editie 2008/2009” en de “CAO Besloten Busvervoer” mag tijdens het examen gebruiken
Extra informatie (taxi-ondernemer): de naslagwerken “Arbeid-, rij- en rusttijden Wegvervoer editie 2008/2009” en de “CAO Taxivervoer” mag tijdens het examen gebruiken
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

Eindtermen personeelsmanagement versie 6

1. Algemene sociale wetgeving

1.1 De kandidaat kan de verplichtingen van de werkgever en de werknemer op het gebied van sociale zekerheid toepassen.

1.2 De kandidaat kan de rol en het functioneren van verschillende sociale instellingen in het wegvervoer toepassen.

  • Vakbonden.
  • Ondernemingsraden.
  • Personeelsvertegenwoordiging.
  • Arbeidsinspectie.
  • UWV, CWI, Arbodiensten.
  • Ondernemersorganisaties.
  • Sociaal Economische Raad.
  • Centraal Bureau voor de Statistiek.

2. Arbeidstijdenwet en arbeidstijdenbesluit vervoer

2.1 De kandidaat kan de bepalingen toepassen van Verordening (EG) nr. 561/2006.

3. CAO

3.1 De kandidaat kan de cao toepassen.

  • KNV Taxivervoer.
  • KNV Busvervoer.
  • TLN Goederenvervoer.
  • Openbaar Vervoer.

4. Organisatiestructuren

4.1 De kandidaat kan de organisatiestructuren benoemen en toelichten en weet hoe de inrichting van verschillende organisatiestructuren is.

  • Lijnorganisatie.
  • Lijn-/staforganisatie.
  • Matrixorganisatie.
  • Projectorganisatie.

5. Personeel en leidinggeven

5.1 De kandidaat kan binnen de cao en wettelijke kaders op efficiënte wijze personeel inzetten en kan de roosters maken.

5.2 De kandidaat kan personeelsbeleid ontwikkelen.

  • Termijnvisie.

5.3 De kandidaat kan managementtaken uitvoeren.

  • Taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden, delegeren.
  • Werkinstructies en procedures opstellen.
  • Functieprofielen opstellen.
  • Opleidingsplan opstellen en uitvoeren.
  • Subsidie- en bedrijfstakfondsen.
  • Bedrijfsreglementen.

5.4 De kandidaat heeft kennis van verschillende leiderschapsstijlen.

  • Laissez-faire.
  • Democratisch.
  • Autocratisch.
  • Consultatief.
  • Situationeel.

5.5 De kandidaat kan werving- en selectieprocedures toepassen.

  • Personeelsplanning.
  • Loopbaanontwikkeling.
  • Buitenlands personeel.

5.6 De kandidaat kan kwaliteit van de arbeid beoordelen.

  • Arbeidsinhoud.
  • Arbeidsvoorwaarden.
  • Arbeidsomstandigheden.
  • Arbeidsverhoudingen.

5.7 De kandidaat heeft kennis van overlegvormen.

  • Werkoverleg alle niveaus.
  • Functioneringsgesprekken.
  • Beoordelingsgesprekken.
  • Slecht-nieuwsgesprekken.
  • Motiveren.

5.8 De kandidaat kan voor het beroep gewenste gedragsnormen omschrijven.

  • Normaal en ongewenst gedrag.
  • Voorkomen ongevallen en ernstige inbreuk.

5.9 De kandidaat heeft kennis van de wettelijk verplichte persoonsgebonden en beroepsgebonden documenten die nodig zijn voor het vervoer over de weg.

5.10 De kandidaat kan arbeidsovereenkomsten opstellen en interpreteren.

  • Betrokken partijen.
  • Inhoudelijke aspecten.
  • Cao-eisen.

Calculatie ondernemersdiplomabedrijfsmanagment

Goed weten hoe uw kosten gedragen worden, een gedegen kostprijs opstellen, weten welke marge u nodig heeft en dus weten hoe ver u wel of niet kunt inleveren op de tarieven. Cruciaal om te overleven in de sector Transport en Logistiek. Haalt u ‘slechts’ werk binnen of levert u toegevoegde waarde waaraan ook een prijskaartje mag hangen? De examens van de module Calculatie worden voor de doelgroepen goederenvervoer, taxi en bus specifiek aangeboden. Per examen komen dezelfde aspecten aan bod waarbij de casuïstiek betrekking heeft op goederenvervoer, dan wel taxi- of busvervoer. U kunt deze module klassikaal volgen of kiezen voor de schriftelijke opleiding. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud
Kostprijsberekening - Kosten van het voertuig of de combinatie - Loonkosten - Het toevoegen van de winst. 

De module Calculatie wordt afgesloten met een examen (case-vorm) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens zijn schriftelijk en worden maandelijks georganiseerd in Utrecht door het SEB. Voorlopig kan dit examen nog niet per computer gedaan worden. Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99. Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

calculatie Calculatie

Examenvorm: schriftelijk
Aantal vragen: variabel aantal open vragen
Duur: 90 minuten
Slaagnorm 55%
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: U krijgt tijdens het examen een rekenmachine van CCV te leen

Eindtermen calculatie

1. Kostenberekeningen en kostprijscomponenten

1.1 De kandidaat kan beoordelen wat kosten zijn en weet deze te rubriceren.

  • Directe kosten.
  • Indirecte kosten.
  • Vaste kosten.
  • Variabele kosten.
  • Personeelskosten.
  • Gemengde kosten.

1.2 De kandidaat kan exploitatiekosten berekenen.

  • Vaste kosten.
  • Variabele kosten.
  • Personeelskosten.
  • Overhead kosten.
  • Overige kosten.

1.3 De kandidaat kan vaste kosten berekenen.

  • Afschrijving (economisch).
  • Rente.
  • Motorrijtuigenbelasting (Houderschapsbelasting).
  • BPM.
  • Verzekering.
  • Stalling.
  • Leasekosten.
  • Overige kosten.

1.4 De kandidaat kan variabele kosten berekenen.

  • Brandstof.
  • Onderhoud en reparatie.
  • Banden.
  • Afschrijving (technisch).
  • Leasekosten.
  • Overige kosten.

1.5 De kandidaat kan personeelskosten berekenen.

  • Functieloon.
  • Vakantiegeld.
  • Overuren.
  • Sociale lasten.
  • Opleidingskosten.
  • Extra kosten.
  • Inhuur.

1.6 De kandidaat kan vaste, variabele en personeelskosten per eenheid berekenen. R

1.7 De kandidaat kan de overhead kosten (indirecte kosten) berekenen en vaststellen.

  • Kosten indirect personeel.
  • Huisvestingskosten.
  • Kantoorkosten.
  • Marketingkosten.
  • Communicatiekosten.
  • Reis- en verblijfskosten.
  • Representatiekosten.
  • Algemene kosten (indirecte kosten).

2. Verkoopprijs vaststellen

2.1 De kandidaat kan een offerte opstellen.

  • Kostprijs.
  • Bruto marge.
  • Btw.
  • Verkoopprijs.

2.2 De kandidaat kan een nacalculatie maken.

2.3 De kandidaat kan het resultaat van het vervoer bepalen, analyseren, onderbouwen en conclusies hieruit trekken.

  • Omzet.
  • Kosten.

Financieel management ondernemersdiploma

bedrijfsmanagment

Startende ondernemers willen vanzelfsprekend een financieel gezond bedrijf. Om dit te realiseren en nog belangrijker om een gezond bedrijf te blijven, is Financieel Management belangrijk. In deze module worden de elementaire beginselen van goed Financieel Management behandeld, zodat uw bedrijf niet alleen bij tegenwind overeind blijft maar ook nog steeds succesvol is. Nu en in de toekomst. De opleiding is bedoeld voor personen die een bedrijf willen starten of leiding willen geven aan een bedrijf in het goederen- of personenvervoer. Of voor diegenen die meer willen weten over financieel management. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van boekhouden en financiële analyse. U kunt deze module klassikaal volgen of kiezen voor de schriftelijke opleiding. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud
De module financieel management omvat de volgende onderwerpen balans en resultatenrekening, opbouw boekhouding, werking computersystemen, aantrekken van vreemd vermogen, analyse van de jaarstukken

De module Financieel Management wordt afgesloten met een examen (meerkeuze vragen en case-vorm) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens zijn schriftelijk en worden normaal gesproken vier keer per jaar georganiseerd in Utrecht door het SEB. Voorlopig kan dit examen nog niet per computer gedaan worden. Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99. Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

financieel management Financieel Management

Examenvorm: schriftelijk
Aantal vragen: 20 meerkeuzevragen plus een variabel aantal open vragen
Duur: 90 minuten
Slaagnorm 55%
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs
en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: U krijgt tijdens het examen een rekenmachine van CCV te leen

Eindtermen financieel management versie 9

1. Financiële administratie

1.1 De kandidaat kan aan de hand van financiële feiten (boekingsstukken) de boekhouding volgen.

1.2 De kandidaat kan uitleggen wat het grootboek is.

1.3 De kandidaat kan de subadministraties beoordelen, analyseren en opstellen.

  • Debiteuren.
  • Crediteuren.
  • Voorraden.

1.4 De kandidaat kan grootboekrekeningen beoordelen, analyseren, opstellen, bewerken en bewaken.

1.5 De kandidaat kan beschrijven wat sofware, hardware en een geautomatiseerde boekhouding is.

  • Boekhoudprogramma.
  • Spreadsheetprogramma.

1.6 De kandidaat kan de interne en externe opslagmedia beschrijven.

1.7 De kandidaat kan de voordelen opnoemen van geautomatiseerd boekhouden.

  • Automatisch controle door het programma.
  • Tijdwinst.
  • Minder kans op fouten.
  • Overzichtelijk geheel.
  • Gegevens snel terugvinden met behulp van zoekfuncties.

1.8 De kandidaat kan uitleggen hoe een balans wordt samengesteld.

1.9 De kandidaat kan rekeningen op de balans indelen in rekening van ‘bezit’, ‘schuld’ en ‘eigen vermogen’.

2. De financiële dagboeken

2.1 De kandidaat kan alle dagboeken opnoemen en kent de onderlinge verschillen.

  • Inkoopboek.
  • Verkoopboek.
  • Kas/bank/postbankboek.
  • Diverse postenboek/ memoriaal.

2.2 De kandidaat kan in het grootboek boekingsstukken verwerken.

2.3 De kandidaat kan het openen, bijwerken en afsluiten van een dubbele boekhouding toepassen.

3. Jaarrekening CASE

3.1 De kandidaat kan een kolommenbalans opstellen.

  • Voorafgaande journaalposten
  • Proefbalans.
  • Saldibalans.
  • Verlies- en winstrekening.
  • Eindbalans.

3.2 De kandidaat kan een toelichting geven op de afzonderlijke posten van de kolommenbalans.

4. Beoordelen jaarrekening

4.1 De kandidaat kan de jaarstukken beoordelen op basis van de kengetallen en begrippen.

  • Liquiditeit en current ratio, berekend als vlottende activa gedeeld door kort vreemd vermogen.
  • Quick ratio, berekend als vlottende activa min voorraden gedeeld door het kort vreemd vermogen.
  • Solvabiliteit en solvabiliteitspercentage.
  • Rendement en rentabiliteit van het eigen vermogen.
  • Kostensoorten en kostenpercentages.
  • Liquidatiebalans.
  • Vaste en vlottende activa.
  • Eigen vermogen, lang vreemd vermogen en kort vreemd vermogen.
  • Gewaardeerd loon en gewaardeerde rente.
  • Werkkapitaal.

4.2 De kandidaat kan de jaarstukken inhoudelijk beoordelen in vergelijking met jaarstukken van anderen of in vergelijking met jaarstukken van andere jaren.

  • Wanneer de kosten en resultaten zich anders ontwikkelen dan de omzet.
  • Wanneer het administratief beheer tekortschiet.
  • Wanneer er weinig eigen vermogen is.
  • Bij te hoge privéopnamen.
  • Bij een overmaat aan liquide middelen.

4.3 De kandidaat kan een begroting opstellen.

5. Belastingen

5.1 De kandidaat kan het btw (omzetbelasting) stelsel toepassen.

  • Te betalen btw.
  • Te ontvangen btw.
  • Af te dragen btw.

5.2 De kandidaat kan het stelsel van loonheffing en sociale premies toepassen.

6. Financiering

6.1 De kandidaat kan de diverse eigenschappen van vreemd vermogen onderscheiden en kan een keuze maken.

  • Rekening courant.
  • Hypotheek.
  • Bankkrediet.
  • Onderhandse lening.
  • Achtergestelde lening.

6.2 De kandidaat kan het doel van overheidssteun en subsidies onderscheiden.

6.3 De kandidaat kan de wettelijke bepalingen en de praktijken m.b.t. het gebruik van creditcards en andere betaalmiddelen of -methoden omschrijven.


Wegvervoer Goederen ondernemersdiploma

bedrijfsmanagmentDe branchespecifieke module Wegvervoer Goederen is noodzakelijk indien u werkzaam wilt zijn in het goederenvervoer. Naast het goederenvervoer wordt aandacht besteed aan logistieke dienstverlening. Bovendien gaat deze module dieper in op branchespecifieke wetgeving, zoals de Wet Goederenvervoer over de Weg. De opleiding is bedoeld voor ondernemers die een transportbedrijf willen beginnen. Onderdelen van de opleiding worden ook aanbevolen voor chauffeurs, kwaliteitsmanagers, bedrijfsleiders, administrateurs en acquisiteurs die werkzaam zijn in de transportbranche. Daarnaast is deze opleiding voor die personen die vanuit hun functie in dienst van overheid of bedrijfsleven te maken hebben met de transportbranche. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van goederenvervoer binnen Nederland en voertuigkennis. U kunt deze module klassikaal volgen of kiezen voor de schriftelijke opleiding. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud Logistieke begrippen en activiteiten - Effectiviteit en efficiëntie - Distributieve activiteiten en distributief vervoer - Vormen van dienstverlening - Gecombineerd vervoer - Ritplanning - Ritadministratie en ladingsdocumenten - Communicatie en telematica - Vestigingsplaats - Infrastructuur - Ruimtelijke ordening - Lastdragers en verpakking - Laad- en losmiddelen - Kwaliteitssystemen - Vestigingseisen - Voertuigdocumentatie - Kenmerken en type voertuigen - Milieu en geluidshinder - Technische uitvoering voertuigen - Verkeersregels - Veiligheid voertuigen - Exploitatie voertuigen - Vervoer gevaarlijke stoffen - Vervoer bederfelijke goederen - Vervoer levende dieren.

De module Wegvervoer Goederen wordt afgesloten met een examen (44 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens gaan via de computer op een SEB computerlocatie. (www.toetscentra.nl of www.seb-beroepsvervoer.nl). De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99.  Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

wegvervoer goederen Wegvervoer goederen

Examenvorm: online
Aantal vragen: 44 meerkeuzevragen
Duur: 75 minuten
Slaagnorm 28 vragen van de 44 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de onderstaande naslagwerken mag tijdens het examen gebruiken:
- de Wet Wegvervoer Goederen (WWG) & de Regeling Wegvervoer Goederen (RWG)
- de AVC 2002
- de Regeling Voertuigen (H5: Afd. 3, 12, 18 en H6)

Eindtermen wegvervoer goederen versie 12

1. Organisaties in het Wegvervoer

1.1 De kandidaat kan organisaties opnoemen die van belang zijn voor het goederenvervoer en hun belang en doelstelling voor de goederenvervoerbranche beschrijven.

  • NIWO.
  • EVO.
  • RDW.
  • IVW.
  • Examenorganisaties.
  • Werkgeversorganisaties.
  • Werknemersorganisaties.

1.2 De kandidaat kan wettelijke taken uitleggen die door de NIWO uitgevoerd worden.

  • Verlenen of intrekken van vergunningen.
  • Vijfjaarlijks onderzoek naar de eisen van betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid.
  • Ondersteuning van onderhandelingen in het kader van verdragen over goederenvervoer.
  • Beheer van gegevensbestanden en verstrekking daaruit.
  • Eventuele andere taken waarvoor zij bij Ministeriele regeling kan worden aangewezen.
  • Uitvoering VIHB lijst.

Afgifte van:

  • Vergunningsbewijzen
  • Ritmachtigingen.
  • Aanvullende documenten.
  • EU bestuurdersattest.

2. Wet- en regelgeving

2.1 De kandidaat kan de Wet wegvervoer goederen toepassen, mogelijk aan de hand van een situatieschets.

  • Algemene bepalingen.
  • Toegang tot de markt en tot het beroep.
  • Verlening en intrekking van beschikkingen.
  • Taken, inrichting en financiering van de NIWO.
  • Toezicht, handhaving en opsporing.
  • Overgangsbepalingen.
  • Slotbepalingen.

2.2 De kandidaat kan de Regeling wegvervoer goederen toepassen, mogelijk aan de hand van een situatieschets. In de wet onder 4.1 worden de taken van de niwo uitgeschreven. In de regeling staat de uitvoering van die taken beschreven.

  • Inleidende bepalingen.
  • Toegang tot de markt.
  • Toegang tot het beroep.
  • Dienstbetrekking.
  • Vrachtbrief.
  • Aanduiding als strafbare feiten.
  • Toelichting.

2.3 De kandidaat kan de AVC 2002 toepassen, mogelijk aan de hand van een situatieschets.

2.4 De kandidaat kan beschrijven dat goederenvervoerondernemingen eigen, dus afwijkend van de AVC voorwaarden, vervoersvoorwaarden mogen hanteren en deze voorwaarden niet strijdig mogen zijn met de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Tevens kan de kandidaat opnoemen waar Vervoersvoorwaarden gedeponeerd dienen te worden.

3. Deelmarkten en inrichtingseisen

3.1 De kandidaat kan de voorschriften betreffende gewichten (massa’s) en afmetingen van voertuigen in Nederland toepassen voor het exceptioneel transport.

  • Soorten ontheffingen.
  • Verlenende instantie.
  • Wet- en regelgeving.
  • Uitzonderingen.
  • Instructies voor personeel.

3.2 De kandidaat kan de verschillende vormen voor gecombineerd vervoer in het rail wegvervoer of ro-ro vervoer toepassen.

  • Intermodaal vervoer.
  • Aansluitend vervoer.
  • Gecombineerd vervoer.
  • Vervangend vervoer.
  • Opvolgend vervoer.

3.3 De kandidaat kan de regelgeving en procedures bij het vervoer over de weg van Gevaarlijke Stoffen in Nederland selecteren.

  • Definities en wetgeving.
  • Verantwoordelijkheden afzender.
  • Controlerende instanties.
  • Gevarenklassen.
  • Regels tijdens het vervoer.
  • Vrijgestelde hoeveelheden.
  • Eisen aan het voertuig.
  • Eisen aan documenten.
  • Instructies voor personeel.
  • Verplichting en taak Veiligheidsadviseur.

3.4 De kandidaat kan de regelgeving en procedures bij het vervoer over de weg van Afvalstoffen in Nederland selecteren.

  • Definities en wetgeving.
  • VIHB-lijst.
  • Administratie door ondernemer.
  • De begeleidingsbrief.
  • Controle en sancties.
  • Voorkeursvolgorde.
  • Meldingsstelsel.
  • Instructies voor personeel.

3.5 De kandidaat kan de regelgeving en procedures bij het vervoer over de weg van geconditioneerd vervoer in Nederland selecteren.

  • Definities en wetgeving.
  • Regels tijdens vervoer.
  • Eisen aan het voertuig.
  • Eisen aan documenten.
  • Gevaar- en risicoanalyse.
  • Controlerende instanties.
  • Instructies voor personeel.

3.6 De kandidaat kan de regelgeving en procedures bij het vervoer over de weg van levende dieren in Nederland selecteren.

  • Definities en wetgeving.
  • Eisen aan het voertuig.
  • Eisen aan documenten.
  • Controlerende instanties.
  • Instructies voor personeel.

4. Planning en infrastructuur

4.1 De kandidaat kan beschrijven wat bedoeld wordt met infrastructuur.

4.2 De kandidaat kan aspecten toepassen waar de afdeling planning rekening mee moet houden.

  • Verkeersproblematiek.
  • Venstertijden en toelatingseisen van centra.
  • Laad- en losinstructies.
  • Voertuigkeuze.
  • Personele aspecten.
  • Gebruik maken van keten in transportmogelijkheden.
  • Effectiviteitzorg.
  • Samenwerking.
  • Creativiteit.

4.3 De kandidaat kan de noodzaak van een planningssysteem met toepassing van Informatietechnologie omschrijven.

  • Rit- en routeplanning.
  • Boordcomputer.
  • Mobiele communicatie en plaatsbepalingsystemen.
  • Belang van Elektronische Gegevensuitwisseling (bijvoorbeeld EDI).

4.4 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets het gebruik van navigatiehulp omschrijven. Informatie over:

  • Afstand.
  • Traject.
  • Gemiddelde duur.
  • Aard van de weg.
  • Bereikbaarheid voor vrachtverkeer.
  • Nuttige plaatsen.

4.5 De kandidaat kan procedures opstellen die bij een ongeval moeten worden gevolgd en de nodige procedures toepassen om herhaling van ongevallen of ernstige inbreuken te voorkomen.

  • Het op de juiste wijze melden van een ongeval.
  • Relevante informatie doorgeven.
  • Zorgen voor de eigen en andermans veiligheid.
  • Verlenen van Eerste Hulp.
  • EU-schadeformulier op de juiste wijze invullen.
  • Risico-analyse maken.
  • Analyseren van het ongeval.

5. Voertuigmanagement en milieu

5.1 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets beoordelen welk voertuig bij welk transportsegment ingezet dient te worden.

5.2 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets een keuze maken bij de aanschaf van een voertuig en de onderdelen.

  • Chassis.
  • Motoren.
  • Transmissiesystemen.
  • Remsystemen.
  • Overbrengingsverhouding in de aandrijflijn.

5.3 De kandidaat kan de maatregelen selecteren tegen de luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tegen geluidsoverlast.

  • Wet Milieubeheer.
  • Lucht- en rolweerstand.
  • Type motor.
  • Milieubewust rijden.
  • Wet- en regelgeving.
  • CEMT emissie en veiligheidseisen: coderingen voor motoren in de EU.

5.4 De kandidaat kan aantonen met welke factoren rekening moet worden gehouden bij het opstellen van periodieke onderhoudsplannen voor voertuigen en uitrusting.

  • Bedrijfsfactoren.
  • Voertuiginzet.
  • Richtlijnen fabrikant.
  • Voorschriften overheid.
  • Onderhoudsintervallen.
  • Preventief onderhoud.
  • Correctief onderhoud.
  • Reparatie-onderhoudscontracten.
  • Vastleggen procesgangen.

5.5 De kandidaat kan omgaan met de formaliteiten inzake de goedkeuring, registratie en technische keuring van de voertuigen.

  • Kentekenbewijs.
  • APK–keuring.
  • Eisen bij wijziging in de constructie.

5.6 De kandidaat kan de Regeling Voertuigen raadplegen. Hoofdstuk 5 (Permanente eisen):

  • Afd. 3 (Bedrijfsauto’s).
  • Afd. 12 (Aanhangwagens met een TMM van meer dan 750 kg achter bedrijfsauto’s).
  • Afd. 18 (Gebruikseisen voertuigen).

6. Procedures laden en lossen en veiligheid op de weg

6.1 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets een keuze maken uit laad- en losmiddelen.

  • Laadperron.
  • Laadkuil.
  • Heftafel.
  • Uitlaadklep.
  • Vorktruck, reachtruck, stapelaar.
  • Verrijdbare oprit, bandtransporteur, rollenbaan.

6.2 De kandidaat kan procedures en instructies ontwikkelen ten aanzien van stapelen, beladen, zekeren en vastzetten van de lading en het voorkomen van kantelgevaar.

  • Wettelijke basis voor het zekeren van lading.
  • Natuurkundige basis voor het zekeren van lading.
  • Juiste keuze en gebruik spanbanden en andere hulpmiddelen voor het zekeren van lading.

6.3 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets instructies opstellen bij belading van voertuigen en een laadbakberekening maken.

  • Zwaartepunt lading berekenen en bepalen.
  • Maten en (Maximum) Massa berekenen.
  • Plaats van de lading.
  • Aslasten.
  • Last op de koppeling.

Internationaal Goederen ondernemersdiploma

bedrijfsmanagmentDe branchespecifieke module Internationaal Goederen is noodzakelijk indien u werkzaam wilt zijn in het internationale goederenvervoer, en leert u de elementaire zaken overgrensoverschrijdend goederenvervoer. De opleiding is bedoeld voor ondernemers die een transportbedrijf willen beginnen. Onderdelen van de opleiding worden ook aanbevolen voor chauffeurs, kwaliteitsmanagers, bedrijfsleiders, administrateurs en acquisiteurs die werkzaam zijn in de transportbranche. Daarnaast is deze opleiding voor die personen die vanuit hun functie in dienst van overheid of bedrijfsleven te maken hebben met de transportbranche. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van internationale goederenvervoer. U kunt deze module klassikaal volgen of kiezen voor de schriftelijke opleiding. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud Internationale markten voor het wegvervoer - Handelingen bij grensoverschrijding - Vervoersovereenkomsten - Documentatie - Verkeersregels - Sociale aspecten buiten Nederland.

De module Internationaal Goederen wordt afgesloten met een examen (30 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens doet u via een computerexamen op de verschillende SEB computerlocaties. Zie ook www.toetscentra.nl of www.seb-beroepsvervoer.nl. Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99. Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

internationaal goederen Internationaal goederen

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “ TLN-Landendocumentatie”, het “CMR-Verdrag”, “Wet Wegvervoer Goederen” en de “Regeling Wegvervoer Goederen” mag tijdens het examen gebruiken

Eindtermen internationaal goederen versie 8

1. Organisaties

1.1 De kandidaat kan organisaties opnoemen die van belang zijn voor het goederenvervoer en hun belang en doelstelling voor de goederenvervoerbranche beschrijven.

  • Werkgeversorganisaties.
  • Werknemersorganisaties.
  • NIWO.
  • NEA.
  • Stichting Vervoeradres.
  • CEMT.
  • IRU.

1.2 De kandidaat kan de taken benoemen van de Nederlandse Ambassades en consulaten.

  • Contacten.
  • Aanspreekpunt.
  • Geven van informatie.
  • Belangen behartigen.
  • Taken van de verkeersattaché.

2. Wet- en regelgeving

2.1 De kandidaat kan de begrippen omschrijven inzake goederenvervoer over de weg.

  • Eigen vervoer.
  • Beroepsvervoer.
  • Binnenlands vervoer.
  • Grensoverschrijdend vervoer.
  • Bilateraal vervoer.
  • Transitovervoer.
  • Derdelandenvervoer. Cabotagevervoer.
  • Communautair vervoer.

2.2 De kandidaat kan de Wet Wegvervoer Goederen (WWG) en de Regeling Wegvervoer Goederen (RWG) raadplegen en toepassen.

2.3 De kandidaat kan alle aspecten toepassen voor het gebruik van de Eurovergunning en van de gewaarmerkte kopieën ervan.

2.4 De kandidaat kan bepalen wanneer een bestuurdersattest nodig is en hoe lang deze geldig is en kan de procedure voor het verkrijgen van een bestuurdersattest omschrijven.

2.5 De kandidaat kan de regels betreffende de verstrekking van de vervoergegevens toepassen.

2.6 De kandidaat kan de controlerende instanties met betrekking tot de wet- en regelgeving met betrekking tot internationaal goederenvervoer over de weg opnoemen en hun rol beschrijven.

2.7 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets beoordelen wanneer cabotagevervoer verricht mag worden.

3. Buitenlandse machtigingen en vergunningen

3.1 De kandidaat kan vaststellen voor welk vervoer ritmachtigingen gebruikt moeten worden en kan de aanvraagprocedure en regels voor verkrijging beschrijven.

3.2 De kandidaat kan vaststellen voor welk vervoer CEMTvergunningen gebruikt kunnen en/of moeten worden en kan de aanvraagprocedure en regels voor verkrijging beschrijven.

3.3 De kandidaat kan de begrippen inzake de CEMTvergunning toepassen.

  • EURO-3-safe.
  • EURO-4-safe.
  • Landenbeperkingen.
  • Certificaten.
  • CEMTverhuisvergunning.
  • Verslagen en boeken.

4. Internationale regelingen

4.1 De kandidaat kan de regeling voor communautair en gemeenschappelijk douanevervoer toepassen.

4.2 De kandidaat kan de regeling voor het TIR vervoer toepassen.

4.3 De kandidaat kan de regeling voor het ATA vervoer toepassen.

4.4 De kandidaat kan de btw regeling toepassen voor het internationaal beroepsgoederenvervoer over de weg.

4.5 De kandidaat kan de CMR raadplegen.

4.6 De kandidaat kan bepaalde aspecten van het ADR toepassen.

  • Indeling van ADR.
  • Controle en certificering van voertuigen.
  • Vakbekwaamheid chauffeurs.
  • Ladingdocument.

4.7 De kandidaat kan bepaalde aspecten van de ATP toepassen.

  • Indeling van ATP.
  • Keuring en certificering van voertuigen en identificatietekens.
  • Isolatie.

4.8 De kandidaat kan bepaalde aspecten bij vervoer van levende dieren toepassen.

  • Europese Transportverordening (EG) nr. 1/2005.
  • Reistijd volgens EUregelgeving.
  • Reisschema en goedkeuring.
  • Keuring, reiniging en ontsmetting van voertuigen.

4.9 De kandidaat kan de regels betreffende de internationale rij- en rusttijden en AETR toepassen.

4.10 De kandidaat kan vaststellen welke documenten van toepassing zijn voor sierteeltvervoer.

4.11 De kandidaat kan vaststellen welke documenten van toepassing zijn voor vervoer van accijnsgoederen.

4.12 De kandidaat kan de landendocumentatie raadplegen.

5. Infrastructuur, eurovignet en tolgelden

5.1 De kandidaat kan beschrijven wat bedoeld wordt met infrastructuur.

5.2 De kandidaat kan inschatten welke mogelijkheden de infrastructuur aan de vervoerder biedt.

  • Soorten wegen.
  • Tunnels.
  • Viaducten.
  • Bruggen.
  • Ponten.

5.3 De kandidaat kan aspecten opnoemen waar de afdeling planning rekening mee moet houden.

  • Verkeersproblematiek.
  • Arbeidstijdenregelingen.
  • Venstertijden en toelatingseisen van centra.
  • Laad- en losinstructies.
  • Voertuigkeuze.
  • Personele aspecten.
  • Grensdocumenten.
  • Rijverboden en feestdagen.

5.4 De kandidaat kan de noodzaak van een planningssysteem omschrijven.

5.5 De kandidaat kan planmatig de voordelen van een navigatiesysteem omschrijven.

5.6 De kandidaat kan het Eurovignet, overige vignetten en tolgelden verklaren.


Wegvervoer Taxi ondernemersdiploma

bedrijfsmanagmentDe wet personenvervoer 2000 stelt dat een vergunning slechts wordt verleend indien door de aanvrager wordt voldaan aan de eisen van betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid. Om aan te tonen dat aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan moet de aanvrager een bij ministeriële regeling erkend Getuigschrift van Vakbekwaamheid overleggen. De ondernemersopleiding van TLEC leiden u op voor deze seb ccv ondernemersexamens. Deze branchespecifieke module gaat dieper in op de praktijk van taxivervoer en behandelt specifieke onderwerpen uit de taxibranche.  De opleiding is bedoeld voor ondernemers die een taxibedrijf willen beginnen. Onderdelen van de opleiding worden ook aanbevolen voor chauffeurs, kwaliteitsmanagers, bedrijfsleiders, administrateurs en acquisiteurs die werkzaam zijn in de transportbranche. Daarnaast is deze opleiding voor die personen die vanuit hun functie in dienst van overheid of bedrijfsleven te maken hebben met de busbranche. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van nationaal en internationale personenvervoer.  U kunt de module enkel schriftelijk volgen. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud Toegang tot de markt - Vergunningen - Technische normen en exploitatie - Aanbestedingsprocedure - Veiligheid op de weg - Vestigingseisen en vervoersvoorwaarden.

  • Het examen omvat 30 meerkeuze vragen.
  • Duur van het examen is 60 minuten en gaat via een computerexamen.
  • De naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000” & het “Besluit Personenvervoer” mag tijdens het examen gebruiken
  • Het naslagwerk de “KNV-voorwaarden” mag tijdens het examen gebruiken
  • Er zijn lesboeken en werkboeken leverbaar in A5 zwart wit of kleur en A4 kleur.
  • Vraag een inlogcode aan om ons lesmateriaal te bekijken
De module Wegvervoer Taxi wordt afgesloten met een examen (van 30 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens gaan via een computerexamen op één van de SEB computerlocaties (www.toetscentra.nl of www.examenhuis.nl). Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99.  Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

wegvervoer taxi Wegvervoer Taxi

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000”, het “Besluit Personenvervoer” en de “KNV-voorwaarden” mag tijdens het examen gebruiken
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

Eindtermen Wegvervoer Taxi

1. Organisaties in het taxivervoer

1.1 De kandidaat kan organisaties opnoemen die van belang zijn voor het personenvervoer en hun belang en doelstelling voor de personenvervoerbranche beschrijven.

  • IVW.
  • Sociaal Fonds Taxi met al haar onderdelen.
  • TX-Keur.
  • Examenorganisaties.
  • Werkgeversorganisaties.
  • Werknemersorganisaties.

2. Wet- en regelgeving

2.1 De kandidaat kan de inhoud van de Wet Personenvervoer 2000 en de daarbij behorende kernbesluiten en ministeriële regelingen omschrijven die voor een taxionderneming van toepassing zijn. Tevens kan de kandidaat opnoemen wie de vergunningverstrekker is.

  • Definities.
  • Procedures.
  • Eisen bij vergunningverlening.
  • Voorgeschreven documenten.
  • Uitzonderingsbepalingen.
  • Tarieven.

2.2 De kandidaat kan alle aspecten opnoemen die van toepassing zijn voor het vergunningsbewijs.

2.3 De kandidaat kan alle controlerende instanties met betrekking tot wet- en regelgeving opnoemen en hun rol beschrijven.

  • IVW.
  • Arbeidsinspectie.
  • Politie.
  • Sociaal Fonds Taxi.
  • Douane.

2.4 De kandidaat kan de eisen opnoemen die aan een chauffeur worden gesteld en weet hoe de documenten moeten worden aangevraagd.

  • Verklaring Omtrent Gedrag.
  • Geneeskundige verklaring.
  • Chauffeursdiploma.
  • Leer-werk-traject.
  • Rijbewijs.
  • Identiteitsbewijs.
  • Aanvraagformulier IVW.

2.5 De kandidaat kan de soorten taxivervoer omschrijven.

2.6 De kandidaat kan beschrijven welke maatregelen genomen kunnen worden om te voorkomen dat bij taxivervoer in het buitenland problemen met de politie of douane ontstaan.

  • NL-sticker.
  • RDW-verklaring met uitleg blauwe nummerplaat (taxipaspoort).

2.7 De kandidaat kan verklaren welke verzekeringen van toepassing zijn bij taxivervoer.

2.8 De kandidaat kan verklaren wanneer een geijkte taxameter verplicht is bij taxivervoer.

2.9 De kandidaat kan de fiscale regelingen voor de taxiondernemer interpreteren.

2.10 De kandidaat kan artikelen omschrijven die in het Burgerlijk Wetboek zijn opgenomen die van toepassing zijn op het personenvervoer. Artikel 1147 t/m 1151.

2.11 De kandidaat kan beschrijven dat de KNV Algemene Vervoervoorwaarden niet strijdig mogen zijn met de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Tevens kan de kandidaat opnoemen waar Vervoervoorwaarden gedeponeerd dienen te worden.

2.12 De kandidaat kan de KNV Algemene Vervoervoorwaarden raadplegen.

2.13 De kandidaat kan de mogelijkheden van een klachtenregeling toepassen.

2.14 De kandidaat kan beschrijven dat er een aansluitingsplicht is bij een geschillencommissie en wat de samenstelling van deze commissie is. Tevens kan de kandidaat de rol van deze geschillencommissie opnoemen.

3. Aanbestedingen

3.1 De kandidaat kan uitleggen wanneer en waarom wordt aanbesteed.

3.2 De kandidaat kan de verschillende vormen van aanbesteding uitleggen.

3.3 De kandidaat kan de procedures uitleggen die door een aanbestedende dienst worden gehanteerd.

  • Openbare procedure.
  • Niet-openbare procedure.
  • Onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
  • Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

3.4 De kandidaat kan verschillende vormen van overeenkomsten omschrijven die door aanbesteding tot stand komen.

  • Intentieovereenkomst.
  • Overeenkomst (tweezijdig).
  • Raamovereenkomst.
  • Contract.

3.5 De kandidaat kan omschrijven op wie de algemene richtlijn van toepassing is en wat deze richtlijn aangeeft.

3.6 De kandidaat kan twee soorten gunningcriteria opnoemen en deze beschrijven.

  • Laagste prijs.
  • Economisch voordeligste aanbieding.

3.7 De kandidaat kan uiteenzetten wat de consequenties zijn van het aanbieden aan inschrijvers om gezamenlijk of alleen in te schrijven.

4. Planning en infrastructuur

4.1 De kandidaat kan beschrijven wat bedoeld wordt met infrastructuur.

4.2 De kandidaat kan benoemen wie verantwoordelijk is voor de aanleg en het onderhoud van wegen.

  • Rijkswaterstaat.
  • Provincie.
  • Gemeente.
  • Waterschap.

4.3 De kandidaat kan inschatten welke mogelijkheden de infrastructuur aan de vervoerder biedt.

  • Soorten wegen.
  • Tunnels.
  • Viaducten.
  • Bruggen.
  • Ponten.

4.4 De kandidaat kan het gebruik van specifieke taxi-infrastructuur in en rond Schiphol, de grote steden en op de snelwegen omschrijven.

  • Verkeersproblematiek.
  • Toelatingseisen van centra en busbaanontheffingen.
  • Voertuigkeuze.
  • Effectiviteitzorg.
  • Samenwerking.
  • Creativiteit.

4.5 De kandidaat kan procedures opstellen die bij een ongeval moeten worden gevolgd en de nodige procedures toepassen om herhaling van ongevallen of ernstige inbreuken te voorkomen.

  • Het op de juiste wijze melden van een ongeval.
  • Relevante informatie doorgeven.
  • Zorgen voor de eigen en andermans veiligheid.
  • Verlenen van Eerste Hulp.
  • EU-schadeformulier op de juiste wijze invullen.
  • Risico-analyse maken.
  • Analyseren van het ongeval.

5. Voertuigmanagement

5.1 De kandidaat kan de taken en verantwoordelijkheden omschrijven van personen die betrokken zijn bij het wagenparkbeheer.

5.2 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets een keuze maken bij de aanschaf van een voertuig en de onderdelen.

  • Chassis.
  • Motoren.
  • Transmissiesystemen.
  • Remsystemen.

5.3 De kandidaat kan de maatregelen selecteren tegen de luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tegen geluidsoverlast.

  • Wet Milieubeheer
  • Lucht- en rolweerstand.
  • Type motor.
  • Milieubewust rijden.
  • Wet- en regelgeving.

5.4 De kandidaat kan aantonen met welke factoren rekening moet worden gehouden bij het opstellen van periodieke onderhoudsplannen voor voertuigen en uitrusting.

  • Bedrijfsfactoren.
  • Voertuiginzet.
  • Richtlijnen fabrikant.
  • Voorschriften overheid.
  • Onderhoudsintervallen.
  • Preventief onderhoud.
  • Correctief onderhoud.
  • Reparatie-onderhoudscontracten.
  • Vastleggen procesgangen.

5.5 De kandidaat kan omgaan met de formaliteiten inzake de goedkeuring, registratie en technische keuring van de voertuigen.

  • Kentekenbewijs.
  • Blauwe kentekenplaten.
  • Gebruik taxameter.
  • Verzekering.
  • Taxigoedkeuring.
  • APK-keuring.

5.6 De kandidaat kan ‘’het nieuwe rijden’’ en alle daarbij behorende facetten interpreteren.

  • Minder kans op schade.
  • Minder snel slijten van onderdelen.
  • Minder stress voor chauffeur.
  • Brandstofbesparing.
  • Defensieve rijstijl.

5.7 De kandidaat heeft kennis van de voorschriften betreffende gewichten en afmetingen van voertuigen.

5.8 De kandidaat kan het doel van een voertuigadministratie omschrijven en de bronnen opnoemen.

5.9 De kandidaat kan beschrijven wat niet erkende en erkende reparateurs zijn.

  • Niet erkend: Onafhankelijke garagebedrijven. Onafhankelijke bij reparatie en onderhoud betrokken bedrijven. Indirect betrokkenen.
  • Erkend: Reparateurs, al dan niet verbonden aan verkoopbedrijven die voldoen aan de door de fabrikant gestelde eisen.

6. Kwaliteitsbeheer

6.1 De kandidaat kan kwaliteitseisen interpreteren en de instanties benoemen die daarbij betrokken zijn.

  • TX-Keur.
  • Kwaliteit ISO 9001.
  • Code VVR.

6.2 De kandidaat kan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de chauffeurs zich houden aan de geldende verkeersvoorschriften.

  • Snelheidsbeperkingen.
  • Voorrangsregels.
  • Voorschriften inzake stoppen en parkeren.
  • Gebruik van lichten.
  • Verkeerssignalering.

6.3 De kandidaat is in staat voor de chauffeurs instructies op te stellen met betrekking tot de controle op de veiligheidsnormen.

  • Staat van het vervoermaterieel.
  • Uitrusting.
  • Preventieve maatregelen.

Wegvervoer Bus Nationaal ondernemersdiploma

bedrijfsmanagmentDeze branchespecifieke module nationaal bus gaat dieper in op de praktijk van het busvervoer en behandelt specifieke onderwerpen uit het busvervoer.  De opleiding is bedoeld voor ondernemers die een busbedrijf willen beginnen. Onderdelen van de opleiding worden ook aanbevolen voor chauffeurs, kwaliteitsmanagers, bedrijfsleiders, administrateurs en acquisiteurs die werkzaam zijn in de transportbranche. Daarnaast is deze opleiding voor die personen die vanuit hun functie in dienst van overheid of bedrijfsleven te maken hebben met de busbranche. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van nationaal en internationale personenvervoer. U kunt de module enkel schriftelijk volgen. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud Toegang tot de markt - Vergunningen - Technische normen en exploitatie - Aanbestedingsprocedure - Veiligheid op de weg - Vestigingseisen en vervoersvoorwaarden.

  • Het examen omvat 30 meerkeuze vragen.
  • Duur van het examen is 60 minuten en gaat via een computerexamen.
  • De naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000” & het “Besluit Personenvervoer” krijgt u tijdens het examen van CCV te leen.
  • De naslagwerken de “KNV-voorwaarden” de ‘Algemene vervoervoorwaarden Openbaar stads- en streekvervoer’ mag tijdens het examen gebruiken
  • De naslagwerken ‘Artikelen Burgerlijk Wetboek (Boek 8, artikel 1140 t/m 1166, artikel 100 t/m 116, artikelen pakketreis)’ mag tijdens het examen gebruiken
  • Er zijn lesboeken en werkboeken leverbaar in A5 zwart wit of kleur en A4 kleur.
  • Vraag een inlogcode aan om ons lesmateriaal te bekijken

De module Nationaal Wegvervoer Bus wordt afgesloten met een examen (van 30 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens gaan via een computerexamen op één van de SEB computerlocaties (www.toetscentra.nl of www.examenhuis.nl). Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99.  Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

wegvervoer bus Wegvervoer Bus Nationaal

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000”, het “Besluit Personenvervoer”, de “KNV-voorwaarden” de ‘Algemene vervoervoorwaarden Openbaar stads- en streekvervoer’ en de ‘Artikelen Burgerlijk Wetboek (Boek 8, artikel 1140 t/m 1166, artikel 100 t/m 116, artikelen pakketreis)’ mag tijdens het examen gebruiken.

Eindtermen Wegvervoer Bus Nationaal versie 2

1. Organisaties in het busvervoer

1.1 De kandidaat kan de organisaties opnoemen die van belang zijn voor het nationale busvervoer en hun belang en doelstelling voor de busvervoerbranche beschrijven.

  • Stichting Bus.
  • ANVR.
  • SKTB.
  • STO.
  • RDW.
  • IVW, KLPD.
  • KIWA.
  • Politie.
  • Douane.
  • Arbeidsinspectie.
  • VWA.
  • Examenorganisaties.
  • Werkgeverorganisatie.
  • Werknemersorganisaties.

1.2 De kandidaat kan wettelijke taken uitleggen die door de IVW uitgevoerd worden.

  • Controle op naleving wettelijke bepalingen.

1.3 De kandidaat kan wettelijke taken uitleggen die door KIWA uitgevoerd worden.

  • Verlenen of intrekken van vergunningen.
  • Afgifte van: - Vergunningsbewijzen &Aanvullende documenten voor grensoverschrijdend vervoer.

2. Wet- en regelgeving

2.1 De kandidaat kan de Wet Personenvervoer 2000 en Besluit Personenvervoer toepassen, mogelijk aan de hand van een situatieschets.

  • Definities.
  • Procedures.
  • Eisen bij vergunningverlening.
  • Soorten vergunningen.
  • Van rechtswege vervallen van vergunningen.
  • Voorwaarden OV-concessie.
  • Reisdocumenten.
  • Voertuigdocumenten.
  • Persoonsdocumenten.
  • Uitzonderingsbepalingen.
  • Instructies voor personeel.

2.2 De kandidaat kan opnoemen welke verzekeringen voor het busvervoer van toepassing zijn.

  • Voertuigverzekering.
  • Bedrijfsverzekeringen.
  • Verzekeringen voor reizigers.
  • Verzekeringen voor bemanningsleden.

2.3 De kandidaat kan de wettelijke registratiemiddelen onderscheiden en toepassen.

  • Analoge tachograaf.
  • Digitale tachograaf.
  • Tachograafregistraties.

2.4 De kandidaat kan de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek toepassen.

  • Boek 8, artikel 1140 t/m 1166.
  • Boek 8, artikel 100 t/m 116.
  • Boek 7, artikel 500 t/m 513.

2.5 De kandidaat kan de vergunningen behorend bij nationaal personenvervoer omschrijven.

2.6 De kandidaat kan de mogelijkheden van een klachtenregeling toepassen.

2.7 De kandidaat kan beschrijven dat er een aansluitingsplicht is bij een geschillencommissie en wat de samenstelling van deze commissie is. Tevens kan de kandidaat de rol van deze geschillencommissie opnoemen.

3. Vervoersovereenkomsten en vervoersvoorwaarden

3.1 De kandidaat kan de aanbestedingsregels en –procedures toepassen.

  • Openbare aanbesteding.
  • Onderhandse aanbesteding.
  • Bestek.
  • Inschrijving.
  • OV-concessie.
  • Vervoerscontract.
  • Vervoersplan.
  • Gunningcriteria.

3.2 De kandidaat kan aan de hand van de gegeven situatie/aspecten de inhoud van relevante voorwaarden toepassen en de daarbij behorende geschillenregelingen.

  • Algemene vervoer- en reisvoorwaarden KNV Busvervoer.
  • Algemene vervoersvoorwaarden Openbaar stads- en streekvervoer.

3.3 De kandidaat kan beschrijven dat busvervoerondernemingen eigen vervoersvoorwaarden mogen hanteren en deze voorwaarden niet strijdig mogen zijn met de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Tevens kan de kandidaat opnoemen waar vervoersvoorwaarden gedeponeerd dienen te worden.

4. Vervoersspecifieke elementen

4.1 De kandidaat kan de productvormen van openbaar vervoer omschrijven met uitzondering van de trein.

  • Auto.
  • Bus.
  • Metro.
  • Tram.
  • Trolley.
  • Water.

4.2 De kandidaat kan de productvormen van busvervoer omschrijven.

  • Geregeld vervoer: - Groepsvervoer.
  • Ongeregeld vervoer: - Dagtochten. - Breng en haal vervoer. - Rondreizen. - Binnenlandse reizen. - Meerdaagse reizen. - Pakketreizen.

4.3 De kandidaat kan verschillende concessievormen Openbaar Vervoer omschrijven.

  • Stadsvervoer.
  • Streekvervoer.
  • Multimodaal vervoer.
  • Hoogwaardig OV (HOV).
  • Kleinschalig vervoer.
  • WMO.

5. Planning en infrastructuur

5.1 De kandidaat kan beschrijven wat bedoeld wordt met infrastructuur.

5.2 De kandidaat kan benoemen wie verantwoordelijk is voor de aanleg en het onderhoud van wegen.

  • Rijkswaterstaat.
  • Provincie.
  • Gemeente.
  • Waterschap.

5.3 De kandidaat kan de infrastructuur toepassen.

  • Soorten wegen.
  • Tunnels.
  • Viaducten.
  • Bruggen.
  • Ponten.
  • Locatietoegankelijkheid.
  • Busbanen.

5.4 De kandidaat kan aspecten toepassen waar de planner rekening mee moet houden.

  • Verkeersproblematiek.
  • Voertuigkeuze.
  • Documenten.
  • Navigatiesysteem.
  • Dienstregeling.
  • Personele aspecten: Samenwerking & Creativiteit.

5.5 De kandidaat kan de functie van een planningssysteem, inclusief informatietechnologie, omschrijven.

  • Rit- en routeplanning.
  • Boordcomputer.
  • Mobiele communicatie en plaatsbepaling-systemen.
  • Belang van elektronische gegevensuitwisseling.

5.6 De kandidaat kan procedures toepassen die bij een ongeval moeten worden gevolgd.

  • Opstellen ongevalprocedure.
  • Zorgen voor de eigen en andermans veiligheid.
  • Inschakelen hulpdiensten.
  • Verlenen van Eerste Hulp.
  • Gebruik EU-schadeformulier.
  • Verzamelen beeldmateriaal.
  • Materiële schade.
  • Letselschade.
  • Schade aan goederen van passagiers.
  • Alarmnummers verzekeringen.
  • Slachtofferhulp.
  • Opvang ongedeerde passagiers.
  • Analyseren van het ongeval.

6. Voertuigmanagement en milieu

6.1 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets beoordelen welk voertuig bij welk transportsegment ingezet dient te worden.

6.2 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets een keuze maken bij de aanschaf van een voertuig en de onderdelen.

  • Chassis.
  • Motoren.
  • Transmissiesystemen.
  • Remsystemen.
  • Overbrengingsver-houding in de aandrijflijn.
  • Airco – STEK.

6.3 De kandidaat kan de maatregelen selecteren tegen de luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tegen geluidsoverlast.

  • Wet Milieubeheer.
  • Lucht- en rolweerstand.
  • Type motor.
  • Milieubewust rijden.
  • Het nieuwe rijden.
  • Wet- en regelgeving.
  • Codering voor motoren in de EU.
  • Roetfilter.

6.4 De kandidaat kan aantonen met welke factoren rekening moet worden gehouden bij het opstellen van onderhoudsplannen voor voertuigen en uitrusting.

  • Bedrijfsfactoren.
  • Voertuiginzet.
  • Richtlijnen fabrikant.
  • Voorschriften overheid.
  • Onderhoudsintervallen.
  • Preventief onderhoud.
  • Correctief onderhoud.
  • Reparatie-onderhoudscontracten.
  • Vastleggen procesgangen.

6.5 De kandidaat kan omgaan met de formaliteiten inzake de goedkeuring, registratie en technische keuring van de voertuigen en de daarop gemonteerde hulpmiddelen.

  • Kentekenbewijs.
  • APK-keuring.
  • Wet- en regelgeving.
  • STEK-keuring.
  • Typegoedkeuring volgens voertuigreglement.
  • Tachograafijking.

6.6 De kandidaat kan de voordelen van een defensieve rijstijl opnoemen.

  • Minder kans op schade.
  • Minder snel slijten van onderdelen.
  • Minder stress voor chauffeur.
  • Brandstofbesparing.
  • Milieuvriendelijk. & Milieubesparend.
  • Veilig rijden.

6.7 De kandidaat kan de Wegenverkeerswet betreffende gewichten en afmetingen van voertuigen toepassen.

  • Wet- en regelgeving.

7. Kwaliteitsbeheer

7.1 De kandidaat kan kwaliteit arbo en milieu zorgsystemen toepassen.

  • Arbo ISO 18001.
  • Milieu ISO 14001.
  • Kwaliteit ISO 9001.
  • Reglementen Keurmerk Touringcarbedrijf.

7.2 De kandidaat kan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de bestuurders zich houden aan de in Nederland geldende verkeersvoorschriften en -verboden en -beperkingen.

  • Maximum snelheden voor voertuigen.
  • Regels m.b.t. gebruik soort banden in winterse omstandigheden.
  • Regels m.b.t. gebruik sneeuwkettingen.
  • Regels m.b.t. aanpassing snelheden bij diverse weersomstandigheden.

7.3 De kandidaat is in staat voor de bestuurders instructies op te stellen met betrekking tot de controle op de veiligheidsnormen.

  • Staat van het voertuig.
  • Uitrusting.
  • Preventieve maatregelen.

Bus Internationaal ondernemersdiploma

bedrijfsmanagmentDeze branchespecifieke module gaat dieper in op de praktijk van het busvervoer en behandelt specifieke onderwerpen uit het busvervoer.  De opleiding is bedoeld voor ondernemers die een busbedrijf willen beginnen. Onderdelen van de opleiding worden ook aanbevolen voor chauffeurs, kwaliteitsmanagers, bedrijfsleiders, administrateurs en acquisiteurs die werkzaam zijn in de transportbranche. Daarnaast is deze opleiding voor die personen die vanuit hun functie in dienst van overheid of bedrijfsleven te maken hebben met de busbranche. De deelnemers vergroten hun kennis en vaardigheden op het gebied van nationaal en internationale personenvervoer. U kunt de module enkel schriftelijk volgen. De schriftelijke opleiding kunt u starten op ieder gewenst moment.

Globale inhoud Toegang tot de markt - Vergunningen - Technische normen en exploitatie - Aanbestedingsprocedure - Veiligheid op de weg - Vestigingseisen en vervoersvoorwaarden.

  • Het examen omvat 30 meerkeuze vragen.
  • Duur van het examen is 60 minuten en gaat via een computerexamen.
  • De naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000” & het “Besluit Personenvervoer” mag tijdens het examen gebruiken.
  • De naslagwerken de “KNV-voorwaarden” de ‘ANVR voorwaarden’ mag tijdens het examen gebruiken.
  • Er zijn lesboeken en werkboeken leverbaar in A5 zwart wit of kleur en A4 kleur.
  • Vraag een inlogcode aan om ons lesmateriaal te bekijken

De module Internationaal Wegvervoer Bus wordt afgesloten met een examen (van 30 meerkeuze vragen) welke wordt afgenomen door Stichting Examenbureau Beroepsvervoer (SEB). Dit bureau is verantwoordelijk voor de organisatie en inhoud van de examens. De examens gaan via een computerexamen op één van de SEB computerlocaties (www.toetscentra.nl of www.examenhuis.nl). Elke module wordt apart geëxamineerd. De examenaanvraag en de betaling van het examen dient u zelf te verzorgen bij CCV SEB. De afdeling Ondernemersexamens is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0900 0210 en via de fax op nummer (070) 372 07 99.  Het postadres is: Postbus 1810, 2280 DV Rijswijk

internationaal bus Internationaal Bus

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000”, het “Besluit Personenvervoer”, de “KNV-voorwaarden” en de “ANVR reisvoorwaarden” mag tijdens het examen gebruiken.
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

Eindtermen Wegvervoer Bus Internationaal versie 2

1. Organisaties in het busvervoer

1.1 De kandidaat kan de organisaties opnoemen die van belang zijn voor het internationale busvervoer en hun belang en doelstelling voor de busvervoerbranche beschrijven.

  • KNV Busvervoer.
  • Stichting Bus.
  • ANVR.
  • IRU.
  • UITP.
  • ETF.
  • IVW.
  • KIWA.
  • Politie.
  • Douane.

1.2 De kandidaat kan de taken benoemen van de vertegenwoordiging van de Nederlandse overheid in het buitenland.

  • Contacten.
  • Aanspreekpunt.
  • Geven van informatie.
  • Belangen behartigen.
  • Taken van de verkeersattaché.

2. Wet- en regelgeving

2.1 De kandidaat kan de Wet Personenvervoer 2000/Besluit Personenvervoer en aanvullende internationale regelgeving toepassen, mogelijk aan de hand van een situatieschets.

  • Definities.
  • Procedures.
  • Eisen bij vergunningverlening.
  • Soorten vergunningen.
  • Van rechtswege vervallen van vergunningen.
  • Voorwaarden grensoverschrijdend openbaar vervoer (in relatie met een concessie).
  • Reisdocumenten.
  • Voertuigdocumenten.
  • Persoonsdocumenten.
  • Uitzonderingsbepalingen.
  • Instructies voor personeel.
  • EG-verordening 684/92.
  • EG-verordening 11/98.
  • EG-verordening 12/98.

2.2 De kandidaat kan de wettelijke registratiemiddelen onderscheiden en toepassen.

  • Analoge tachograaf.
  • Digitale tachograaf.
  • Tachograafregistraties.

2.3 De kandidaat kan de vergunningen en/of reisbladen behorend bij internationaal personenvervoer omschrijven.

2.4 De kandidaat kan het AETR-verdrag toepassen.

  • Rij- en rusttijden.
  • Vergunningen.
  • Documenten.

2.5 De kandidaat kan het pendelvervoer toepassen met betrekking tot internationale rij- en rusttijden.

3. Vervoersovereenkomsten en vervoersvoorwaarden

3.1 De kandidaat kan de aanbestedingsregels en –procedures toepassen.

  • Openbare aanbesteding.
  • Onderhandse aanbesteding.
  • Bestek.
  • Inschrijving.
  • OV-concessie.
  • Vervoerscontract.
  • Vervoersplan.
  • Gunningcriteria.

3.2 De kandidaat kan aan de hand van de gegeven situatie/aspecten de inhoud van relevante voorwaarden toepassen en de daarbij behorende geschillenregelingen.

  • ANVR reisvoorwaarden.
  • Algemene vervoer- en reisvoorwaarden KNV Busvervoer.

3.3 De kandidaat kan beschrijven dat busvervoerondernemingen eigen vervoersvoorwaarden mogen hanteren en deze voorwaarden niet strijdig mogen zijn met de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Tevens kan de kandidaat opnoemen waar vervoersvoorwaarden gedeponeerd dienen te worden.

4. Vervoersspecifieke elementen

4.1 De kandidaat kan de productvormen van openbaar vervoer omschrijven met uitzondering van de trein.

  • Auto.
  • Bus.
  • Water.

4.2 De kandidaat kan de productvormen van besloten busvervoer omschrijven.

  • Geregeld vervoer: - Lijndienstvervoer. - Bijzonder geregeld vervoer.
  • Ongeregeld vervoer: - Pendelvervoer. - Rondreizen. - Meerdaagse reizen. - Cabotagevervoer. - Derde landen vervoer. - Pakketreizen. - Dagtochten.

5. Planning en infrastructuur

5.1 De kandidaat kan aspecten toepassen waar de planner rekening mee moet houden.

  • Tolwegen.
  • Tolgelden.
  • Tunnels.
  • Bergwegen.
  • Ferry’s.
  • Verkeersproblematiek.
  • Voertuigkeuze.
  • Documenten.
  • Personele aspecten: Samenwerking & Creativiteit.

5.2 De kandidaat kan procedures toepassen die bij een ongeval moeten worden gevolgd.

  • Opstellen ongevalprocedure.
  • Zorgen voor de eigen en andermans veiligheid.
  • Inschakelen internationale hulpdiensten.
  • Verlenen van Eerste Hulp.
  • Gebruik EU-schadeformulier.
  • Verzamelen beeldmateriaal.
  • Materiële schade.
  • Letselschade.
  • Schade aan goederen van passagiers.
  • Alarmnummers (SOS-alarmcentrale).
  • Slachtofferhulp.
  • Opvang ongedeerde passagiers.
  • Analyseren van het ongeval.

6. Voertuigmanagement en milieu

6.1 De kandidaat kan de maatregelen selecteren tegen de luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tegen geluidsoverlast.

  • Wet- en regelgeving.
  • Codering voor motoren in de EU.
  • Milieuklassezones.

6.2 De kandidaat kan de EU-richtlijn 96/53 betreffende gewichten en afmetingen van voertuigen toepassen.

  • Wet- en regelgeving.
  • Landendocumentatie IRU.

7. Kwaliteitsbeheer

7.1 De kandidaat kan kwaliteit arbo en milieu zorgsystemen toepassen.

  • Arbo ISO 18001.
  • Milieu ISO 14001.
  • Kwaliteit ISO 9001.
  • Reglementen Keurmerk Touringcarbedrijf.

7.2 De kandidaat kan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de bestuurders zich houden aan de in de Europese landen geldende verkeersvoorschriften en -verboden en - beperkingen.

  • Maximum snelheden voor voertuigen.
  • Regels m.b.t. gebruik soort banden in winterse omstandigheden.
  • Regels m.b.t. gebruik sneeuwkettingen.
  • Regels m.b.t. aanpassing snelheden bij diverse weersomstandigheden.

7.3 De kandidaat is in staat voor de bestuurders instructies op te stellen met betrekking tot de controle op de veiligheidsnormen.

  • Staat van het voertuig.
  • Uitrusting.
  • Preventieve maatregelen.

bedrijfsmanagement Bedrijfsmanagement

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: geen naslagwerken
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

personeelsmanagement Personeelsmanagement

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie (transportondernemer): de naslagwerken “Arbeid-, rij- en rusttijden Wegvervoer editie 2008/2009” en de “CAO Goederenvervoer” mag tijdens het examen gebruiken
Extra informatie (busondernemer): de naslagwerken “Arbeid-, rij- en rusttijden Wegvervoer editie 2008/2009” en de “CAO Besloten Busvervoer” mag tijdens het examen gebruiken.
Extra informatie (taxi-ondernemer): de naslagwerken “Arbeid-, rij- en rusttijden Wegvervoer editie 2008/2009” en de “CAO Taxivervoer” mag tijdens het examen gebruiken.
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

calculatie Calculatie

Examenvorm: schriftelijk
Aantal vragen: variabel aantal open vragen
Duur: 90 minuten
Slaagnorm 55%
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: U krijgt tijdens het examen een rekenmachine van CCV te leen
Examenmomenten: twee tot drie keer per maand
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

financieel management Financieel Management

Examenvorm: schriftelijk
Aantal vragen: 20 meerkeuzevragen plus een variabel aantal open vragen
Duur: 90 minuten
Slaagnorm 55%
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs
en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: U krijgt tijdens het examen een rekenmachine van CCV te leen
Examenmomenten: twee tot drie keer per maand
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

wegvervoer goederen Wegvervoer goederen

Examenvorm: online
Aantal vragen: 44 meerkeuzevragen
Duur: 75 minuten
Slaagnorm 28 vragen van de 44 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de onderstaande naslagwerken mag tijdens het examen gebruiken:
- de Wet Wegvervoer Goederen (WWG) & de Regeling Wegvervoer Goederen (RWG)
- de AVC 2002
- de Regeling Voertuigen (H5: Afd. 3, 12, 18 en H6)
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

internationaal goederen Internationaal goederen

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “ TLN-Landendocumentatie”, het “CMR-Verdrag”, “Wet Wegvervoer Goederen” en de “Regeling Wegvervoer Goederen” mag tijdens het examen gebruiken
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

wegvervoer bus Wegvervoer Bus Nationaal

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000”, het “Besluit Personenvervoer”, de “KNV-voorwaarden” de ‘Algemene vervoervoorwaarden Openbaar stads- en streekvervoer’ en de ‘Artikelen Burgerlijk Wetboek (Boek 8, artikel 1140 t/m 1166, artikel 100 t/m 116, artikelen pakketreis)’ mag tijdens het examen gebruiken.
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

internationaal bus Internationaal Bus

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000”, het “Besluit Personenvervoer”, de “KNV-voorwaarden” en de “ANVR reisvoorwaarden” mag tijdens het examen gebruiken
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland

wegvervoer taxi Wegvervoer Taxi

Examenvorm: online
Aantal vragen: 30 meerkeuzevragen
Duur: 60 minuten
Slaagnorm 19 vragen van de 30 goed (65%)
Toelatingseisen / meenemen naar het examen: een wettig legitimatiebewijs en de oproep voor het examen
Uitslag: 5 jaar geldig
Extra informatie: de naslagwerken “Wet Personenvervoer 2000”, het “Besluit Personenvervoer” en de “KNV-voorwaarden” mag tijdens het examen gebruiken.
Examenmomenten: praktisch elke werkdag afhankelijk openingtijden examenlocatie
Examenlocaties: diverse locaties in Nederland